Flamingo's in het zoutmeer van Larnaka, met op de achtergrond de Hala Sultan Tekke-moskee tussen palmen.

Devote verhalen rond Larnaka

Strand, boulevard en uitgaansgelegenheden. Larnaka bevat de standaardingrediënten van elke populaire zonbestemming. Gelukkig geeft zijn zoutmeer meer smaak aan het geheel. Met mirakelse verhalen die aan Larnaka’s Lazaruskerk en de Hala Sultan Tekke-moskee verbonden zijn.

Uniek is het wel. Vanuit de aankomsthal van Larnaka’s vliegveld sta je met een paar stappen in een beschermd natuurgebied. Wie zoals ik in de winterperiode reist, wrijft verbaasd de ogen uit. De witte aluminium vogels van de airport hebben dan gezelschap aan roze gevederde collega’s. Niet ver van de landingsbaan zijn vanuit een vogelaarshut flamingo’s in een enorme zoutplas te observeren.
“Het is ongelofelijk”, aldus Lefkos, een vaste bezoeker die ik in de hut tref, “deze winter zijn er wel duizenden. Het afgelopen jaar heeft het wat meer geregend, daardoor krioelt het nu van de pekelkreeftjes. Flamingo’s hebben blijkbaar hun eigen manier om aan elkaar door te seinen dat hier overvloedig eten is.” Hij lacht: “Luister maar!” Voortdurend weerklinken flamingoroepen. “Weet je hoe het zoutmeer is ontstaan?” Lefkos is receptionist in een toeristenhotel en vertelt graag: “Vroeger bevond zich op deze plek geen meer, maar een grote wijngaard. Toen de heilige Lazarus na zijn opstanding hier op deze plek woonde, en tijdens een wandeling dorst kreeg, vroeg hij de boer om wat druiven uit zijn mand. De wijnboer weigerde met de leugen dat de man geen druiven maar zout bevatte. Met Lazarus’ boze vloek over de wijngaard veranderde deze voorgoed in een zoutmeer. Daarom kijken we nu uit over flamingo’s in plaats van druiven.” Wat voor de één een vloek is, is voor de ander een zegen. Ik vereer Sint Lazarus graag met een bezoek.

Schedel

De Grieks-orthodoxe Lazaruskerk ligt aan een pleintje midden in Larnaka’s centrum. Elke dag is het er een komen en gaan van gelovigen. Mannen en vrouwen, jong en oud. Storen doen ze zich nauwelijks aan de drommen toeristen die tussen hen door bewegen. Of aan de schoonmaaksters die met emmers sop de kerk onder handen nemen. In plaats van natuur snuif ik nu cultuur. Duidelijke publiekstrekkers zijn de icoon en de onder glas vervatte schedel van Lazarus. Lokale bezoekers kussen en strelen ze eerbiedig. Maar vrouwen tikken ook regelmatig de glasplaat aan. Ze halen armbanden en ringen over de schedel heen. “Zo zegenen ze hun sieraden”, fluistert een jongedame die me ziet kijken. Toulla heet ze, ze komt hier elke dag op weg naar haar werk. Ons gefluister wordt snel overstemd door de zangerige ochtendgebeden van een forse monnik, vol namenreeksen: “Maria, Michaelis, Andriana, Phylios…” De bezoekers stoppen de man steeds weer nieuwe briefjes toe met namen van geliefde familieleden of vrienden. Eindeloos monotoon gaat hij zo door. Toch zit ik op Toulla’s aanraden om half vijf opnieuw in de Lazaruskerk. Vele dametjes in het zwart zijn in de banken geschoven nu de imponerende papas Spyridon de avonddienst leidt. Met zijn wierookvat slingert hij vaderlijke geurwolken naar alles wat zich in de kerk bevindt: Lazarus’ reliek, iconen, kerkgangers. Om beurten weerklinken de gebeden van de priester en de liederen van lekenzangers. Het moment waarop Spyridon de olielamp boven de icoon van Sint Lazarus met een vierend touw naar beneden haalt, is echter ultiem. De hele gemeente dringt zich plots aan me voorbij. Met een penseel doopt de papas alsmaar in de lampolie en tekent kruisjes op de voorhoofden van de gelovigen. Die daarop vluchtig zijn hand kussen en ras de kerk verlaten. Plots stapt Toulla uit de rij. “Kom op Palmzaterdag , de week voor ons Pasen, ook hierheen! Dan voeren de geestelijken Lazarus’ schedel en zijn icoon in processie door de stad. Heel mooi is dat.” Wat een aanlokkelijk idee.

Zwevende steen

Devote verhalen zijn in Larnaka niet aan christenen voorbehouden. Nauwelijks een blok van de Lazaruskerk verwijderd, markeert de minaret van de Grote Moskee de grens met de oude Turkse wijk. Dit gedeelte met een wirwar van straatjes vol lage kleurige huisjes vormt samen met de zuidelijke vissershaven het meest pittoreske deel van Larnaka. Sinds de scheiding van Noord- en Zuid-Cyprus zijn de Turks-Cyprioten, die de moskee oorspronkelijk gebruikten, allemaal verdwenen. Een bont gezelschap van moslims uit Libanon, Syrië, Egypte en andere landen nam hun plaats in. De moskee is behoorlijk krakkemikkig, maar toch waag ik me op de wiebelige trap naar de vrouwenbalustrade. Vanhieruit heb ik goed zicht op de mannen die beneden het avondgebed verrichten.
Na afloop van het ritueel ontmoet ik Khan, een Pakistaan, die al meer dan vijf jaar in Larnaka woont. Hij vertelt over de beroemde Hala Sultan Tekke-moskee bij het zoutmeer. “Eigenlijk wordt die moskee alleen tijdens het Offerfeest en het Suikerfeest voor het gezamenlijke gebed gebruikt. Toch is de moskee voor moslims belangrijk omdat Hala Sultan, de tante van de profeet Muhammed, er begraven ligt. Ze kwam mee als verpleegster met de Arabische legers die deze gebieden kwamen veroveren. Helaas viel ze van haar muildier, brak haar nek en stierf ter plekke.” Khan zwijgt even. “Andere gelovigen vertelden me over het wonder dat toen gebeurde. Een grote steen kwam boven haar zweven, om haar te beschermen tegen de regen. Ze was immers een martelares. De steen ligt nog steeds boven haar graf, en is van een steensoort die op Cyprus niet voorkomt.” Khan wijst onwillekeurig naar een stenen pilaar in het voorportaal van de Grote Moskee.

Idylle

Khans verhaal voert me nieuwsgierig terug naar Larnaka’s zilte plas, de verre overzijde ditmaal. Ook zonder wondervertelling waan ik me rond de Hala Sultan Tekke-moskee in een absolute idylle. Gelegen aan het water, in een weelderige tuin, vol dadelpalmen, cipressen en bloemen, maakt de serene sfeer er zelfs indruk op een ongelovige. Kleurige lintjes geknoopt aan bomen nabij het heiligdom zijn het bewijs dat moslims net als de Grieks-orthodoxen hun wensen en verlangens naar de hemel sturen. Wellicht hopen ze dat Hala Sultan een bemiddelingspoging voor hen zal doen. “Uiteindelijk vragen we Allah om een gunst, niet zo’n tussenpersoon”, stelt de Egyptische Ahmed die hier met vrouw en kinderen even langskomt. Devoot betreedt hij de tombe, net achter de moskee. Hij wijst me op de grove steen, net boven de groene draperieën die het traliewerk rond het graf verfraaien. En knikt goedkeurend zodra hij merkt dat de curieuze geschiedenis van Hala Sultan mij al bekend is.

Deze blog is een bewerking van het artikel dat in 2011 in Te Gast In Cyprus verscheen.

Geplaatst in ,
Gelabeld met

2 reacties

  1. Sietske de Boer op 23/05/2023 om 19:25

    Mooi verhaal, Mariëtte❣️

    • Mariëtte van Beek op 23/05/2023 om 19:32

      Dank je! Ik was het verhaal zelf bijna vergeten, want Te Gast In Cyprus is niet meer in de handel. Fijn dat ik hem via Mirakelz Reizen toch weer kan delen. 🙂

Laat een reactie achter