le-mont-saint-michel-vloed-getijden

Op camino door de hel. Le Mont-Saint-Michel: de magie van eb en vloed

Door de eeuwen trokken miljoenen pelgrims de Baai van La Manche over, naar Le Mont-Saint-Michel. Om hun bonuspunten voor de hemel te verdienen, moesten ze flink wat ontberen. De overtocht is nu een makkie, vergeleken met toen.

Chapeau voor de vroegere miquelots, zoals de pelgrims onderweg naar Le Mont-Saint-Michel genoemd werden. De baai die zij vanaf het strand van Bec d’Andaine bij eb overstaken, betekende voor hen symbolisch ‘de hel’. Het was de laatste noodzakelijke etappe naar het paradijs, de befaamde rotsabdij voor de kust van Normandië. Velen waren al moe van de tocht die achter hen lag, op de pelgrimswegen van Caen, Parijs, Rouen, Nantes of Noord-Europa, en dan moesten zij de elementen langs zee nog trotseren. Vissers functioneerden als gids, want zij kenden de getijden als geen ander. Tijdens springtij is het verschil tussen laag en hoog water hier het grootst van heel Europa, op sommige plekken wel dertien meter. De vloed kan snel, volgens zeggen ‘galopperend als een paard’, opkomen. Pelgrims konden zelden zwemmen. Met diep geloof in God en het vertrouwen dat je met deze tocht je ziel veiligstelde, volhardden ze.

Camino te water

Hoeveel wandelaars die tegenwoordig de baai oversteken pelgrims zijn, is niet duidelijk. Wie er de moed niet voor heeft, kan ook gewoon de moderne brug over en zijn stempel bij het toeristenbureautje in de drukke hoofdstraat van Le Mont halen. Voor een deel van de pelgrims is Le Mont de eindbestemming, anderen trekken door naar Rome, Jeruzalem of Santiago de Compostela. Zo is het al sinds de middeleeuwen. Maar ondanks de grotere gemakken, blijft het een intrigerend stuk pelgrimspad. Le Mont heet niet voor niets de mooiste stop op de camino in Frankrijk. Nederlandse caminogangers komen er weinig voorbij; naast Fransen zijn het vooral Britten en Ieren die in Cherbourg aan wal komen. Samen met mijn oom Hans, die net buiten deze havenstad woont, en familievriendin Ludivine maak ik de oversteek door de Baai van La Manche. Niet als onderdeel van een langer caminotraject, maar als op zichzelf staand avontuur van 7 kilometer heen en 7 terug, zo’n zes uur in totaal.


Focus op Michaël

Hoe goed je schoeisel ook is, je loopt hier blootvoets. Daarin is onze gids Alexandre Moores duidelijk. Net voorbij de duinen van Genêts, met onze eerste stappen in de blubber, snappen we meteen waarom. Geen schoen of laars die hier standhoudt. De voeten zakken behoorlijk diep weg en het is zo glibberen dat je alleen bezig bent met overeind blijven. Je vreest meteen dat dit zo blijft tot aan Le Mont. Dat is gelukkig niet zo. Het grootste deel loop je op redelijk stevige, geribbelde zandbanken, soms in laag water. Wel een uitdaging zijn de rivieren La Sée, La Sélune en Le Couesnon die bij eb natuurlijk gewoon blijven doorstromen en waar je doorheen moet. De stroming is sterk en waden vergt de nodige kracht van de beenspieren. Écht verraderlijk is evenwel duizeligheid. Ik voel het even, omdat ik mijn blik op de golven heb, en herinner me het advies van Alexandre. Niet naar beneden, maar naar de horizon kijken! Geen beter focuspunt dan de blinkende gouden aartsengel Michaël op de torenspits van de abdijkerk zelf.

Stukjes mantel

De magie van Le Mont-Saint-Michel is voor een belangrijk deel te danken aan de unieke ligging in zee en de almaar wisselende landschappen bij eb en vloed. Geen half uur ziet de zanderige baai er hetzelfde uit. Bij helder weer zijn ook de Kanaaleilanden Jersey en Guernsey waarneembaar aan de horizon. Niet verbazingwekkend dus dat Le Mont al voor het christendom een spirituele plek was, maar de katholieke geschiedenis van Le Mont-Saint-Michel begint met Sint Aubert, bisschop van Avranches (geboren in 660). De aartsengel Michaël zou er bij Aubert op hebben aangedrongen om voor hem een heiligdom te bouwen op de ‘Mont Tombe’, de oude naam van Le Mont-Saint-Michel. Aubert was wat hardleers en had drie engelverschijningen nodig om tot actie over te gaan. Om het kloostercomplex meer prestige te geven stuurde hij uiteindelijk monniken naar Monte Gargano in Italië om daar relieken van de mantel van de aartsengel te gaan zoeken. Na hun succesvolle missie konden de pelgrimages beginnen. Zo geschiedde dat we in de wadsporen van miljoenen devote lieden lopen. En dan ligt er in het schelploze zand plots een jacobsschelp voor mijn voeten. Een echte, klein, helemaal intact. Natuurlijk verrast het me, maar hoe moet een dergelijke vondst voor middeleeuwse pelgrims zijn geweest? Een mystieke ervaring of een grote troost, een aanmoediging. Al was het maar vanwege de sables mouvants, het drijfzand.


Normandische dans

Halverwege de baai verrast de gids ons met zijn voorstel om een traditioneel Normandisch dansje te maken. Met een groepje van tien moeten we keihard op de grond stampen. Tikje blauw van de oktoberkoude tegenwind, word je daar lekker warm van. We realiseren ons alleen niet dat we door de trillingen in het natte zand ons eigen drijfzand creëren. Als pelgrims in het verleden met grote drommen, soms wel duizend man, over het wad liepen, was dit precies wat er gebeurde. In ons kleine poeltje drijfzand doet de gids voor hoe je jezelf redt uit deze ellende, draaiend met één been tegelijk, maar in het verleden vielen hier zeker doden. Niet verzwolgen door het zand, maar door het opkomende water en mogelijk ook door uitputting of hitte.

Cappuccino to go

In vroeger dagen was het kleine granieteiland Tombelaine, op de rechteroever van La Sée, de eerst mogelijke stop voor pelgrims. Er stond een priorij en zelfs een taverne naast de kerk. De plek is nu een beschermd natuurgebied, een broedplaats voor de slechtvalk, de heggenmus en de kleine mantelmeeuw. Voor koek en zopie kun je nu alleen op Le Mont terecht, maar gids Alexandre trakteert ons hier wel op een verhaal. De legende over prinses Hélène de Tergatte, die verkoos op het eiland te sterven nadat de boot met haar geliefde Simon de Montgomery richting Engeland was verdwenen. De naam van het eiland zou een verbastering zijn van ‘tombe Hélène’ (het graf van Hélène). Niets is evenwel zeker, want er bestaan nog meer verhalen rond Tombelaine.
Bij het bereiken van de vestingwallen van Le Mont-Saint-Michel kijken toeristen van hoog op je neer. Bij zon valt er een schaduw van de kloosterspits over je heen, met wat geluk een vleugje aartsengel. Nabij de brug aan wal gaan, valt niet mee. De voeten zijn door de eindeloze zandribbels zo gevoelig geworden dat elk scherp steenrandje heftige pijn geeft. Op Le Mont doet de seculiere wereld zich gelden. Drukte in de hoofdstraat voor souvenirwinkels en cafés, in de rij voor een cappuccino to go. Tijd voor een bezoek aan het klooster is er niet, maar gelukkig heb ik dat een paar dagen eerder afgestreept. De monniken en zusters kwamen al aan me voorbij. Kaarsjes voor dezen en genen zijn gebrand, de pelgrimsstempel is binnen. Niemand vraagt wat ik hier precies doe. Terug lopen we voor de wind.

LE MONT-SAINT-MICHEL PRAKTISCH

Deze blog is een bewerking van een artikel dat in maart 2022 in de Jacobsstaf, het lijfblad van caminogangers van het Nederlandse Genootschap van Sint Jacob (NGSJ), verscheen.

_______________________________________________________________________________________________________________Deze blog bevat affiliate links.

Geplaatst in ,
Gelabeld met ,

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.