paaskleed-klooster-martkopi-georgie

In de kloosters van Georgië: borduren is bidden

Borduren voor de kerk, het lijkt een uitstervend ambacht, maar in Georgië gebeurt het nog. Rond de Georgische hoofdstad Tbilisi versieren zusters in twee orthodoxe kloosters de rituele gewaden van katholikos-patriarch Ilia II en kerkkleden voor liturgische feesten. Ik bezocht deze kloosters eind 2019 en vroeg de borduursters het zwarte kleed van het lijf.

Moeder Sidonia glimlacht schuchter voor de camera. Ze weet zich geen houding te geven, maar abdis Ketevan moedigt haar aan: “Ga gewoon naast jouw paaskleden staan!” Georgisch-orthodoxe zusters houden niet van schijnwerpers, maar een bevel van je bazin kun je niet negeren. Dus staat Sidonia daar. Voor haar liggen het blauwe en het roze kleed dat met Goede Vrijdag en Pasen de tafels van de twee kerken van Martkopi’s vrouwenklooster sieren. Het lijden, de dood en (indirect) de verrijzenis van Christus staan erop centraal. Over het eerste kleed heeft ze twee jaar gedaan, over het andere, iets grotere drie. “Borduren lukt altijd maar een paar uur per dag, want ik heb nog andere werktaken in het klooster. En natuurlijk bidden we veel. De datum waarop ik een kleed afrond, borduur ik op het kleed.”

Georgische ziel

Kloosters en kerken zijn naast natuurschoon misschien wel de belangrijkste toeristentrekkers van Georgië. Wie ze bezoekt, leert iets over de getormenteerde Georgische ziel. Gelegen op een strategisch punt in de Kaukasus, tussen Europa en Azië, zat Georgië eeuwenlang in de verdrukking. De eigen Georgisch-orthodoxe kerk was soms wel, soms niet verboden, maar overleefde alles. Misschien is ook daarom het geloof altijd nog belangrijk voor de Georgiërs. Jonge mannen die ambten in kerken en kloosters bekleden, zijn helemaal niet buitengewoon, en toetredende jongedames evenmin. Vrouwen kunnen weliswaar nooit hoge religieuze gezagsdragers worden, maar laten wel hun ambachtelijke sporen na. Zo tref je bijvoorbeeld tot in het meest schamele kerkje borduursels aan. Op vaandels, altaargordijnen en de kleding van de priesters. Nieuwsgierig naar de maaksters, kom ik na flink rondvragen bij moeder Katharine in het Peristsvaleba-klooster boven de rivier de Mtkvari in Tbilisi terecht.

Inspiratie uit fresco’s

In haar borduuratelier, onder aan de steile kloostertuin, schenkt Katharine me direct een kopje koffie in, bij een tafeltje tegenover een religieuze boekenwand. “Mijn inspiratie”, knikt ze, als ze me ziet kijken. Ze wijst op een dikke stapel portfolio’s. “We hebben al zoveel geborduurd. Ik maak de ontwerpen op de computer en zoek naar aantrekkelijke voorbeelden, vormen en kleuren in kloosters, kerken en iconen. Een reliëf van een kruis, een Bijbelverhaal, planten en dieren in fresco’s. Die maak ik na of combineer ik. Van huis uit ben ik architect, dat helpt. Voor mij is dit helemaal niet moeilijk.”

Even later zit ze achter de pc druk beelden heen en weer te klikken. “Is het borduurontwerp klaar dan maken we eerst een proeflap op de machine. De kleuren, alles moet helemaal goed zijn voor we op dure zijde en fluweel beginnen.” Ze wijst op de machine in een tussenruimte, een hypermodern ding dat voortdurend ratelt en, eerlijk is eerlijk, fantastisch werk levert. “Alleen de lijnen van het gezicht en van de handen doen we niet met machine. Dat is niet mooi en feitelijk ook het belangrijkste deel van het borduurwerk. Vergelijk de machinale lijnen op een proeflap maar met de handmatige op het groene altaargordijn, daar achter in het atelier.”

Patriarch keurt machine goed

Het gordijn oogt eenvoudig, maar blijkt dubbelzijdig. Een aantal heiligen prijkt met naam en toenaam (in het Georgische schrift) op de voorkant, op de achterkant staat nog een kruis. In de orthodoxe kerk mogen alleen de priesters bij het altaar komen en dit gordijn ontneemt leken zelfs het zicht van het altaar. “Alleen met Pasen gaat het gordijn even open”, legt Katharine uit. Moet ze met haar ontwerpen nog rekening houden met bepaalde regels? Over kleurgebruik bijvoorbeeld? “Ik ben vrij om te doen wat ik wil, maar kleuren hebben wel betekenis. Wacht, één moment!”

Ze loopt naar de kast en haalt er een klein boek uit. “Onze encyclopedie, het is nog van de Russisch-orthodoxe kerk, maar veel symboliek komt overeen.” Ze bladert, zoekt en vindt: “Goud en geel staan voor de zon en het eeuwige licht van God. Dat is belangrijk. We passen die kleuren veel toe in priesterkledij. Wit staat voor puurheid. Ja, dat gebruik ik dan automatisch meer voor Moeder Maria. Voor de gezichten gebruiken we maar één tint. Maar verder hangt ook veel af van de opdrachtgever hoor. Zo is onze patriarch Ilia II dol op rood. Die kleur komt veel voor in de voorstellingen van martelaren. Van de patriarch mogen we trouwens de machine gebruiken. Er zijn ook te weinig mensen om alles nog met de hand te doen.” Naast moeder Katharine werkt er nog een andere zuster in het atelier, en wat part-time leken van buiten.

Verdrietig maar met hoop

In Martkopi’s vrouwenklooster, gevestigd in de voormalige buitenwoning van de patriarch, ruim dertig kilometer ten noordoosten van Tbilisi, gaat het volstrekt anders toe. Sidonia doet nog wél al het borduurwerk volledig met de hand. “Maar ik werk vrijwel alleen aan kleden voor onze kerken. Dat maakt mijn situatie anders.” De ontwerpen maakt ze ook niet zelf: “Een icoonschilder uit Tblisi doet dat.” Overste Ketevan knikt: “Met de gedwongen sluiting van de kloosters tijdens het Sovjetregime is veel ambachtelijke kennis verloren gegaan. Zo’n schilder kent gelukkig nog de stijlregels en de symboliek van de iconen. Een paar voorbeelden? Lange vingers staan voor een geestelijk hoog niveau, een hoog voorhoofd met ook iets van een cirkelvorm voor het denken en de wijsheid van heilige mannen. De Maagd Maria is de enige vrouw die ook zo wordt geportretteerd. Andere vrome vrouwen, zoals de Georgische heilige Nino, dragen een hoofddoek. Blauwe ogen hebben ze niet, de kleine lippen staan voor het vasten.”

“Ik borduur eerst de contouren”, gaat Sidonia verder terwijl ze met collega-moeder Elisabeti een altaargordijn ophoudt waaraan ze net begonnen is, “daarna vul ik op. Allemaal met eenvoudige steel- en kettingsteken en Frans borduurgaren, een mix van zijde en katoen. Het gouddraad komt uit Duitsland. Als ik met zo’n kleed bezig ben, bid ik. Dat heeft te maken met het religieuze onderwerp. Het gevoel en de aandacht moet 100% bij het maken zijn. De uitdrukking van de gezichten is het moeilijkst. Bij de paaskleden moet die ingetogen zijn, verdrietig, maar ook vol hoop, want daar draait Pasen uiteindelijk om.” Sprekend over haar ambacht is Sidonia niet langer verlegen.

Deze blog verscheen eerder als artikel in Handwerken zonder Grenzen, nummer 219, 2020.

Fijn voor in de koffer:
Dominicus reisgids voor Georgië en Armenië
Lonely Planet Georgia

________________________________________________________________________________________________________________
Deze blogpost bevat affiliate links.

Geplaatst in , ,
Gelabeld met ,

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.